Koranverbranding brengt Wagensveld opnieuw bij gerechtshof: 'Je beledigd voelen, is een keuze'
In dit artikel:
Pegida-voorman Edwin Wagensveld stond maandag voor het gerechtshof in Arnhem in hoger beroep tegen veroordelingen rond zijn koranverbranding en eerdere uitlatingen. Centraal in de zaak staat de vraag of zijn uitspraken en acties onder de vrijheid van meningsuiting vallen of strafbare, discriminerende belediging vormen.
Achtergrond: in mei 2024 stak Wagensveld in Arnhem een koran in brand; hij koos de stad mede uit protest tegen burgemeester Ahmed Marcouch, van wie hij vindt dat diens islamitische geloof te veel politieke invloed heeft. Eerder dat jaar leidde een poging van Wagensveld in januari tot ernstige rellen; vanwege de onrust en terreurdreigingen kreeg hij later een gebiedsverbod. Voor de zitting trok Wagensveld opnieuw de aandacht: hij droeg een kogelvrij vest en haalde een koran tevoorschijn die hij eerder aan een hondenriem zou hebben meegesleept tijdens een demonstratieve wandeling naar het gerechtsgebouw — een actie die volgens justitie in strijd was met het gebiedsverbod.
Eerdere uitspraak en beschuldigingen: de rechtbank veroordeelde Wagensveld voor groepsbelediging richting moslims en het beledigen van burgemeester Marcouch tot 20 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week. Daartegen is hij in beroep gegaan.
Standpunten in hoger beroep: het Openbaar Ministerie en de advocaat-generaal betogen dat Wagensvelds uitlatingen moslims stigmatiseren en hen collectief met verwerpelijke daden in verband brengen, zonder inhoudelijke bijdrage aan het publieke debat. Daarmee zouden de grenzen van toegestane kritiek op religie zijn overschreden; ook de belediging van burgemeester Marcouch — die volgens het OM als doelbewust stigmatiserend werd ervaren — valt daaronder. Het OM eist nu 40 uur taakstraf of 20 dagen vervangende gevangenisstraf, een zwaardere eis dan de eerdere straf.
Verdediging: Wagensvelds advocaat vraagt vrijspraak en legt de nadruk op religiekritiek als beschermd standpunt. Hij stelt dat de uitlatingen gericht zijn op het geloof en niet op een bevolkingsgroep als zodanig, en verwijst naar eerdere processen waarin scherpere uitlatingen niet leidden tot veroordeling. Wagensveld zelf benadrukte dat hij met zijn acties wilde laten zien dat geloof een rol speelt in het politiek handelen van Marcouch.
Rechtsvraag en vervolg: het hof noemde de juridische scheidslijn tussen vrije meningsuiting en discriminatoire belediging ingewikkeld, met name bij twee van de drie bestreden kwesties. De uitspraak van het gerechtshof volgt over twee weken.