Hoe komt dat museum in Lievelde aan die 'vreemde' naam?
In dit artikel:
Erve Kots in Lievelde is uitgegroeid tot een openluchtmuseum dat het boerenleven in de Achterhoek bewaart, maar de naam wekt al sinds de opening regelmatig lachjes op. Die naam verwijst niet naar iets onsmakelijks, maar naar Hendrik Kots, de laatste bewoner van de monumentale boerderij. Na zijn kinderloze overlijden in 1934 kocht Bernard Weenink het erf twee jaar later. Uit zorgen dat de agrarische cultuur zou verdwijnen, besloot hij de boerderij om te vormen tot museum en het erf te vernoemen naar de oorspronkelijke familie.
De plek zelf heeft een lange geschiedenis: de boerderij stamt ongeveer uit 1500 en was een zogenoemd los hoes, waarin mens en dier samen leefden. Archeologische vondsten tonen aan dat het terrein al eeuwen eerder bewoond was, met voorwerpen uit de Frankische tijd, en tijdens de Tachtigjarige Oorlog zou Prins Hendrik er zelfs zijn hoofdkwartier hebben gehad tijdens het beleg van Groenlo.
Erve Kots staat niet op zichzelf. In Nederland ontstond al eerder het eerste openluchtmuseum in Arnhem, geïnspireerd door Zweedse voorbeelden en opgericht uit angst dat industrialisatie en verstedelijking traditionele ambachten en gebouwen zouden verdringen. In de Achterhoek was Lebbenbrugge in Borculo zelfs eerder dan Erve Kots. Inmiddels laat Erve Kots met twee boerderijen, een rosoliemolen, houtzagerij en klompenmakerij zien hoe boeren rond 1900 leefden en werkten.
Vandaag Inside Oranje: Chris Woerts heeft nieuws over toekomst van WK: 'Daar kun je vergif op innemen'