Waarom de brand bij 't Harde pas na vier dagen echt 'uit' was

woensdag, 6 mei 2026 (12:22) - Omroep Gelderland

In dit artikel:

Bij het grote natuurbrand bij het Artillerie Schietkamp ’t Harde (ASK) bleek dat blussen lang duurt omdat vuur vaak nog onder de grond of in de strooisellaag blijft smeulen. De brand ontstond tijdens een oefening van Defensie op woensdag 29 april; ongeveer 500 hectare natuur ging verloren. Pas zaterdagochtend, vier dagen later, gaf de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) het sein 'brand meester' en kon onderzoek naar de precieze oorzaak beginnen.

Het probleem is dat bladeren, takken, humus en zelfs de buitenste lagen van bomen hitte kunnen vasthouden. Zulke smeulende plekken zijn met het blote oog vaak niet zichtbaar en kunnen bij wind nieuwe zuurstof krijgen en weer oplaaien — vergelijkbaar met as die terugvlamt als je erin blaast. Daarom zoekt de brandweer actief naar zogenaamde hotspots: plekken met resterende vlammen of hoge temperaturen.

Om die hete plekken op te sporen en te bestrijden gebruikt de VNOG warmtebeeldcamera's op voertuigen en drones. Bij ’t Harde lag de nadruk op de randen van het verwoeste gebied, om te voorkomen dat het vuur overslaat naar ongeschonden natuur. Naast nablussen worden ook beheersmaatregelen toegepast, zoals klepelen (kort maaien van begroeiing) en frezen (losmaken en mengen van de bovenste grondlaag) om brandbare stroken te verminderen.

Volgens de veiligheidsregio is een natuurbrand pas echt uit als er geen vuur, rook of hitte meer is; daarom blijven controles doorgaan, ook wanneer de vlammen al verdwenen lijken.